De jeugdige Nijo werd op vierjarige leeftijd naar het hof gebracht en groeide daar op. Haar relaas begint in 1271, toen Nijo door haar vader aan Go-Fukakusa werd gegeven als concubine. Op haar dertiende brengt ze de nacht door met een voormalige keizer, en in de daaropvolgende jaren heeft ze diverse minnaars. Met sommige krijgt ze kinderen, maar nooit bereikt ze de hoge maatschappelijke status waar ze recht op meent te hebben. Op dertigjarige leeftijd legt ze boeddhistische geloften af en begint ze te reizen, onder meer naar het verre Kamakura, waar ze getuige is van de inhuldiging van een nieuwe shogun.
Nijos memoires werden pas in de twintigste eeuw ontdekt en deden algauw het nodige stof opwaaien: nooit eerder was de Japanse hoge adel zo openhartig en ontluisterend beschreven. Het is verleidelijk de auteur te beschouwen als slachtoffer van haar omgeving, maar bij aandachtige lezing van haar werk blijkt dat ze zeer zelfbewust was en een uitzonderlijke poëtische gevoeligheid bezat. Deze middag vieren we de nieuwe vertaling van Jos Vos, onder meer met schrijver Auke Hulst, die eerder dit jaar in de voetsporen van Basho door Japan reisde. Hij zal een ode brengen aan het belang van dit soort vertalingen.
SPUI25 is het academisch-culturele podium van Amsterdam op het Spui. In samenwerking met een groot aantal academische en culturele partners organiseert SPUI25 jaarlijks zo’n 300 programma’s die zich bewegen tussen wetenschap en cultuur, en tussen feit en fictie.
SPUI25 is een van de UvA-podia in het Universiteitskwartier.