Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Kernenergie is terug in het publieke debat: energiecrises en klimaatontwrichting maken vragen over onze energievoorziening urgenter dan ooit. Veel vragen hebben een parallel in de jaren zeventig en tachtig, toen tienduizenden Nederlanders tegen kernenergie protesteerden. Historicus Mathijs Boom onderzoekt die geschiedenis bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

We vinden het nu misschien verrassend, maar toen in 1969 de eerste Nederlandse kerncentrale openging, in Dodewaard, leidde dat aanvankelijk nog nauwelijks tot protest. ‘In de jaren zestig gold kernenergie nog in de eerste plaats als een utopische technologie van de toekomst,’ vertelt onderzoeker Mathijs Boom, ‘een onderwerp voor natuurkundigen en andere hooggekwalificeerde experts.’

Maar dat veranderde snel: ‘Rond 1970 kwamen er steeds meer kritische geluiden uit de hoek van die experts zelf, over de risico's van straling, kans op ongelukken en mogelijke alternatieven voor kernenergie. Kritische burgers pikten die geluiden op. Voortbouwend op de protestcultuur van die jaren maakten zij van kernenergie een symbool van milieuvervuiling, centralisering, militarisering en een machtig bedrijfsleven. Dat alles werd nog eens extra geholpen door de oliecrisis van 1973, waarmee energiebeleid bovenaan de politieke agenda kwam te staan.’

Kernenergie wordt onderwerp van protest

Vanaf dat moment groeide het protest explosief. In 1977 demonstreerden 10.000 mensen tegen de uitbreiding van de uraniumverrijkingsfabriek van Urenco in Almelo. Later dat jaar kwamen 60.000 mensen bijeen in het Duitse Kalkar. Daar werd gewerkt aan een snelle kweekreactor, waaraan Nederland via een heffing op de energierekening meebetaalde. In maart 1978 protesteerden nog eens 40.000 mensen in Almelo. ‘De achterkamertjes werden opengebroken, energie werd een onderwerp waar iedereen een mening over had’, vertelt Boom.

Later radicaliseerde het protest. Toen een politiek antwoord op massademonstraties uitbleef, ketenden groepen als Breek de Atoomketen Nederland zich vast aan nucleaire complexen. Zij wilden aandacht voor de hele ‘atoomketen’, van grondstof tot eindproduct, inclusief radioactief afval. Zo kwam het uranium dat nodig was voor kernenergie deels uit Namibische mijnen, waar Zuid-Afrikaanse apartheid heerste. Anti-apartheids- en anti-kernenergieactivisten trokken samen op om dit te agenderen.

Andere groepen zochten naar alternatieve vormen van energie, door zon, wind en energiebesparing. Mensen voerden verder politieke lobby, schreven bulletins en verzamelden informatie over de vaak ondoorzichtige nucleaire wereld.

Na Tsjernobyl stokte het debat

Tussen 1981 en 1983 organiseerde de Nederlandse regering de Brede Maatschappelijke Discussie over Energiebeleid, met informatie- en discussieavonden door het hele land. Uit de resultaten bleek dat een meerderheid van de bevolking tegen kernenergie was. Toch besloot de regering drie nieuwe kerncentrales te bouwen.

De Tsjernobylramp van 1986 bracht die beweging tot stilstand. De nucleaire plannen werden opgeschort en kernenergie verdween voor lange tijd van de politieke agenda. Daarmee verloor ook de anti-kernenergiebeweging momentum en stokte het debat over de toekomst van energie, vertelt Boom. ‘Ten onrechte: een democratisch debat over dit onderwerp is onverminderd hard nodig.’

Een vraagstuk dat de hele maatschappij aangaat

De strijd rondom kernenergie is een belangrijke voorgeschiedenis voor de energie- en klimaatpolitiek van nu, stelt de onderzoeker. ‘Na de oliecrisis van 1973 formuleerde de Nederlandse overheid voor het eerst een brede agenda voor energiepolitiek, waarbij fossiele brandstoffen, kernenergie en de toekomstige ontwikkeling van zon- en windenergie allemaal werden meegenomen. Dankzij het werk van experts en actiegroepen werden milieu, gezondheid en veiligheid ook onderdeel van het gesprek.’

Dat was een democratisering van een beleidsterrein dat tot op dat moment heel technocratisch was, aldus Boom. ‘Het energie- en klimaatbeleid is bij uitstek erg technisch. De geschiedenis van het kernenergiedebat van de jaren zeventig en tachtig biedt talloze voorbeelden en strategieën van geslaagde en minder geslaagde pogingen om die technocratie open te breken en van energie een vraagstuk te maken dat de hele maatschappij aangaat.’

Amsterdam Humanities Hub

De Amsterdam Humanities Hub is een samenwerking van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, de geesteswetenschappelijke instituten van de KNAW en de gemeente Amsterdam. De thuisbasis van de Humanities Hub ligt in het Universiteitskwartier in de Amsterdamse binnenstad.

De instituten van de Amsterdam Humanities Hub herbergen een enorm aantal collecties, archieven en datasets, waaronder het archief van het IISG. Samen vormen deze collecties een unieke infrastructuur van geesteswetenschappelijke kennis, die met de meest geavanceerde technieken beschikbaar wordt gesteld voor wetenschap en samenleving.