Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Elke dag vertrouwen miljarden mensen op de technologie van Google, Meta, Microsoft, Amazon en Apple om hun weg in de wereld te vinden - om te communiceren, werken, winkelen, informatie op te zoeken en zichzelf te vermaken. Maar technologie doet volgens mediawetenschapper Bjorn Beijnon veel meer dan ons helpen dingen gedaan te krijgen. ‘De platformecosystemen achter Big Tech zetten de data die ze over ons verzamelen, continu in om onze aandacht te sturen. We denken vaak dat die data alleen beschrijven wie we zijn, maar ze kunnen ook veel invloed hebben op wie we worden’, aldus Beijnon. Hij promoveert op vrijdag 19 juni aan de UvA.

Van gebruiker naar ‘data subject’ 

In zijn onderzoek richt Beijnon zich op de platforminfrastructuren achter de grote technologiebedrijven. Elke zoekopdracht, klik, swipe en aankoop genereert data die geanalyseerd kunnen worden en gebruikt kunnen worden om toekomstig gedrag te voorspellen. Deze voorspellingen bepalen wat mensen online tegenkomen, van aanbevolen video’s en nieuwsberichten tot advertenties, meldingen en koopsuggesties. 

Volgens Beijnon gaan we door het gebruik van Big Tech-platformen onszelf zien als ‘data subject’: iemand die zijn leven vrijwillig in data omzet als reactie op prikkels van platforms, maar die zichzelf nog steeds ziet als iemand die de controle heeft over zijn eigen gedrag, opvattingen en keuzes. ‘Mensen komen zichzelf herhaaldelijk tegen in dataprofielen. Ze krijgen constant algoritmische interpretaties voorgeschoteld van wie ze zijn’, legt Beijnon uit. ‘Na verloop van tijd kunnen die profielen als waar gaan aanvoelen. Ze beïnvloeden welke kansen zichtbaar worden, welke informatie aandacht krijgt en hoe mensen zichzelf begrijpen.’ 

Copyright: UvA
Vragen over technologie zijn ook vragen zijn over democratie, autonomie en macht. Platforms beïnvloeden het publieke debat, sociale relaties, politieke participatie en alledaagse besluitvorming. Bjorn Beijnon

De macht van het gemak 

Een kernpunt in Beijnons onderzoek is dat de macht van platforms vaak onzichtbaar werkt. ‘Slimme’ technologieën – zoals telefoons, speakers of horloges – sturen gedrag via ontwerpkeuzes die als handig of vanzelfsprekend aanvoelen. Beijnon: ‘De meest effectieve vormen van invloed worden niet ervaren als dwang; ze worden gezien als behulpzame suggesties. Macht werkt tegenwoordig dus vaak via gemak.’ Dit wijst volgens hem op een verschuiving in de manier waarop macht werkt in digitale samenlevingen. In plaats van het gedrag van mensen te sturen via regels en beperkingen, doen de platforms dat steeds meer door de digitale omgevingen waarin beslissingen worden genomen, almaar aan te passen.

Gefragmenteerd begrip van de wereld  

Beijnon zoomde in op twee community’s: een Nederlandse community van complotdenkers en een community die alternatieven voor de mainstream sociale media ontwikkelt via Fediverse (een netwerk van onderling verbonden, maar zelfstandig draaiende sociale mediaplatforms). Hij zag dat gepersonaliseerde informatieomgevingen diepgaande gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop mensen de werkelijkheid waarnemen. In sommige gevallen kan algoritmisch samengestelde inhoud bestaande overtuigingen versterken en bijdragen aan een gefragmenteerd begrip van de wereld.  

Tegelijkertijd zag Beijnon ook de alternatieve benaderingen van community’s binnen de Fediverse, die experimenteren met digitale omgevingen die transparantie, collectieve governance en publieke waarden vooropstellen, in plaats van data-extractie en advertentie-inkomsten.

Verder kijken dan privacy 

Het debat over technologie wordt vaak gedomineerd door zorgen over privacy, maar volgens Beijnon moeten we vooral ook kijken naar de grotere vraag hoe digitale infrastructuren de samenleving zelf aan het veranderen zijn. ‘Vragen over technologie zijn ook vragen zijn over democratie, autonomie en macht. Platforms beïnvloeden het publieke debat, sociale relaties, politieke participatie en alledaagse besluitvorming. Daarmee wordt de macht van de technologiebedrijven steeds groter en dat roept fundamentele vragen op over wie de controle heeft over de digitale omgevingen waarin het leven van vandaag de dag zich voor een groot deel afspeelt. De belangrijkste vraag is daarom niet hoe we slimmer met technologie omgaan, maar hoe we ervoor zorgen dat de digitale omgevingen waarin we leven niet door een handvol bedrijven worden ontworpen, maar door publieke waarden worden gestuurd.’